Schuldgevoel bij kinderen na trauma
Na een ingrijpende ervaring kan een kind met een overtuiging blijven rondlopen die voor volwassenen moeilijk te begrijpen is: “Het kwam door mij.” Schaamte, schuld en zelfverwijt kunnen diep verweven raken met wat er is gebeurd. Een kind kan rationeel horen dat het geen schuld had en zich toch verantwoordelijk blijven voelen. In traumabehandeling vraagt daarom niet alleen de herinnering aandacht, maar ook het gevoel en de betekenis die het kind eraan heeft gegeven.
Waarom voelen kinderen zich soms schuldig na een trauma?
Kinderen proberen te begrijpen wat er om hen heen gebeurt. Zeker jonge kinderen kunnen oorzaak en gevolg nog anders inschatten dan volwassenen. Na een ingrijpende gebeurtenis kunnen zij zichzelf daardoor een grotere rol geven dan zij werkelijk hadden. Een gedachte als “Als ik beter had geluisterd, was dit niet gebeurd” kan dan logisch gaan voelen. Het National Child Traumatic Stress Network beschrijft dat kinderen zichzelf soms verwijten dat zij een angstige gebeurtenis niet hebben voorkomen of veranderd.
Dat zien we bijvoorbeeld bij kinderen die te maken kregen met geweld thuis, verwaarlozing, misbruik of een uithuisplaatsing. Een kind kan denken: “Als ik mijn bord had leeggegeten, was ik niet uit huis geplaatst.” Een ander kind denkt misschien: “Als ik meteen was gaan slapen, hadden papa en mama geen ruzie gekregen.” Zulke gedachten zeggen vooral iets over de manier waarop een kind probeert betekenis te geven aan iets wat groot, verwarrend en pijnlijk is.
Schaamte en schuld zijn niet hetzelfde
Bij schuld ligt de nadruk meestal op iets wat iemand denkt verkeerd te hebben gedaan. Schaamte raakt sterker aan het beeld van jezelf: niet alleen “ik deed iets verkeerd”, maar bijvoorbeeld “er is iets mis met mij”. Onderzoek laat zien dat mishandeling en andere schadelijke ervaringen in de kindertijd samenhangen met meer schaamte. Ook problematische patronen in de ouder-kindrelatie hangen samen met schaamte en niet-helpende schuldgevoelens bij kinderen en jongeren.
Die gevoelens kunnen bovendien naast elkaar bestaan. Een kind kan zich schuldig voelen over een concrete gebeurtenis en tegelijk gaan geloven dat het zelf niet goed, niet lief of niet de moeite waard is. Bij kinderen met een geschiedenis van complex trauma komen zelfverwijt, schaamte, schuldgevoelens en een negatief zelfbeeld regelmatig voor. Dat kan doorwerken in hoe een kind zichzelf, andere mensen en de wereld om zich heen ziet.
Waarom blijft het gevoel bestaan als een kind weet dat het niet zijn schuld was?
Weten en voelen lopen niet altijd gelijk. Een kind kan best begrijpen dat een volwassene verantwoordelijk was en toch lichamelijk spanning voelen zodra iets aan de gebeurtenis herinnert. Binnen Affect-Focused EMDR wordt affect gezien als het geheel van lichamelijke sensaties, emoties en gevoelstoestanden. Negatieve overtuigingen kunnen daarbij woorden geven aan de onderliggende pijn die door ervaringen uit het verleden wordt geactiveerd.
Bij relationeel trauma kan die pijn bijvoorbeeld samenhangen met gevoelens van machteloosheid, eenzaamheid of onveiligheid. Een kind hoeft daar niet altijd een helder verhaal of één duidelijke herinnering bij te hebben. Soms is vooral het gevoel aanwezig: spanning in het lichaam, voortdurend opletten, bang zijn dat er opnieuw iets gebeurt of sterk reageren op bepaalde situaties. Affect-Focused EMDR beschrijft daarom verschillende ingangen naar verwerking, waaronder herinneringen, actuele triggers, lichamelijke sensaties en dominante emoties.
Wanneer zelfverwijt de wereld onveilig houdt
Voor een kind kan zelfverwijt paradoxaal genoeg ook een vorm van verklaarbaarheid geven. Wanneer het denkt dat zijn eigen gedrag de oorzaak was, lijkt er tenminste iets te zijn wat het de volgende keer anders kan doen. Het National Child Traumatic Stress Network beschrijft dat het voor een kind soms veiliger kan voelen zichzelf de schuld te geven dan te erkennen dat een ouder of verzorger niet betrouwbaar of veilig was. Tegelijk kan juist dat zelfverwijt een zwaar gevoel van schaamte en onzekerheid in stand houden.
De wereld kan daardoor moeilijk voorspelbaar blijven. Een kind dat niet goed begrijpt waarom iets gebeurde, weet ook niet wanneer het opnieuw zou kunnen gebeuren. Het kan daarom alert blijven op signalen van ruzie, afwijzing of gevaar. Onderzoek naar traumagerelateerde klachten besteedt steeds meer aandacht aan zulke verklaringen en toeschrijvingen, waaronder zelfverwijt, omdat de manier waarop iemand de oorzaak van een gebeurtenis begrijpt samen kan hangen met het voortbestaan van traumaklachten.
Wat gebeurt er met schuldgevoel in traumabehandeling?
In behandeling kan onderzocht worden welke betekenis een kind aan de gebeurtenis heeft gegeven. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag wat er feitelijk gebeurde, maar ook om wat het kind toen voelde en over zichzelf is gaan geloven. Binnen traumabehandeling kan stap voor stap ruimte ontstaan voor een andere betekenis: de verantwoordelijkheid lag niet bij het kind. Bij Affect-Focused EMDR kan daarbij ook rechtstreeks gewerkt worden met het gevoel dat op dit moment aanwezig is, wanneer dat passend en veilig is binnen de behandeling.
Zo’n verandering is meer dan het aanleren van een andere zin. Het doel is dat nieuwe woorden ook gevoelsmatig meer gaan kloppen. “Het lag niet aan mij” kan dan langzaam iets anders worden dan een geruststelling van een volwassene. Het kan een betekenis krijgen die het kind zelf ervaart. Daardoor kan er minder reden zijn om voortdurend op te letten of zichzelf verantwoordelijk te houden voor wat volwassenen doen. Hoe dit proces verloopt, verschilt per kind en per ervaring.
Als schuld en schaamte blijven doorwerken
Wanneer een kind na een ingrijpende ervaring sterk last houdt van schuld, schaamte, angst of zelfverwijt, kan professionele traumabehandeling helpen om te onderzoeken wat achter die gevoelens ligt. Bij PRED wordt daarbij gekeken naar de ervaring, de betekenis die het kind eraan heeft gegeven en wat er in het lichaam en dagelijks leven nog wordt geraakt. Een eerste stap kan zijn om samen in kaart te brengen wat het kind nodig heeft en welke behandeling daarbij past.
